Dossier Jihadisten

Stellingname

Het Nederlandse Openbaar Ministerie noemt de Syrische strijdgroep al-Jabha al-Shamiyya (Levant Front) een jihadistische terreurbeweging, dat een kalifaat nastreeft. Het plakte dat label op het Front voor de periode medio 2014 – medio 2015.

Nederland heeft het Levant Front in het kader van het NLA (Non Lethal Programme) programma materieel en niet-offensief gesteund in 2017.

Heeft het Openbaar Ministerie gelijk met haar karakterisering van het Front? Berichtgeving en verslaggeving door dagblad Trouw en actualiteitenprogramma Nieuwsuur wekken de indruk van wel. En op dit moment lijkt het er op dat men van hoog tot laag denkt dat er belastinggeld aan jihadisten is uitgegeven en Nederlandse ambtenaren hebben meegewerkt aan de oprichting van een wereldwijd kalifaat.

Daags na de berichtgeving op 10 september liet het Openbaar Ministerie weten dat de karakterisering anders was dan in Trouw en Nieuwsuur was gemeld: het label gold  van medio 2014  tot medio 2015, en is strikt gerelateerd aan een strafzaak. Het ging om de strafzaak van Syrië-ganger Driss M. die later door de rechter is vrijgesproken, en waar het OM tegen in beroep ging. Ook van die beperkte labelling door het OM maakten internationale Syrië-experts gehakt.

Wij denken dat de verslaggeving van Trouw en Nieuwsuur essentiële aspecten van dit ‘jihadisten dossier’ onbelicht hebben gelaten ondanks debunks van Syrië-experts, en ondanks de debunk van het Openbaar Ministerie en daarmee bij politici en publiek de onnodige onrust heeft veroorzaakt. Op deze website leggen we nader uit hoe wij tegen de materie aankijken.

Inleiding

In September 2018 werd Nederland opgeschrikt door nieuwsberichten die in de wereld werden gebracht door dagblad Trouw en actualiteitenprogramma Nieuwsuur dat de Nederlandse overheid een terroristische-jihadistische strijdgroep, al-Jabha al-Shamiyya (Levant Front) in Syrië zou hebben gesteund. De kwestie leidde tot veel commotie in de pers en politiek en tot Kamerdebatten.

Wij, de beheerders van deze site, Rena Netjes en Jan Jaap de Ruiter, hadden van meet af aan onze twijfels of de berichtgeving wel klopte, met name waar het gaat om de vraag of al-Jabha al-Shamiyya daadwerkelijk jihadistisch is. Wij menen dat dat niet zo is en dat de bewering dat Nederland een jihadistische beweging in Syrië zou hebben gesteund niet waar is.

In een artikel in NRC van maandag 28 januari 2019 geven we argumenten waarom wij denken dat de berichtgeving van Trouw en Nieuwsuur niet klopt; en in een opiniestuk op 2 februari 2019 in het Parool gaan we nader in op een aantal argumenten. Eerder al, op 11 september 2018, had Rena Netjes in het NPO1 Radioprogramma Dit Is De Dag uitgelegd dat al-Jabha al-Shamiyya niet jihadistisch is.

Ook was Rena Netjes op de materie ingegaan in een stuk op 14 september 2018 op Jalta en een stuk op 28 september 2018 op OneWorld. In de slipstream van een en ander schreven wij ook een opiniestuk over de Koerden in Syrië op 1 oktober 2018 in NRC waarin wij het democratische gehalte van de Koerdische entiteit in het Noordoosten van Syrië kritisch onder de loep namen.

Op ons verzoek om duidelijk te maken waar het Levant Front ideologisch staat kwam zij met een verklaring dienaangaande die sinds 29 januari 2019 op Jalta staat en waarin zijn klip en klaar duidelijk maakt te streven naar een democratisch en pluriform Syrië en geen jihadistisch-salafistische ideologie te koesteren.

In een interview op 5 februari 2019 op Jalta met Rena Netjes verklaarde de Duitse oorlogscorrespondent Christoph Reuter en kenner van Syrische strijdgroepen dat ‘Nederland geen terreurbeweging steunde’.

Overigens schreef Aymenn al-Tamimi al op 11 september 2018 een blog waarin hij aangaf dat het Levant Front zeker niet uit lieverdjes bestaat maar dat het geen jihadistische beweging is. Integendeel. Al-Tamimi is een erkend expert in de Syrische en Irakese burgeroorlog.

Opmerkelijk is dat dagblad Trouw op 30 maart 2018 een groot stuk plaatste van Melvyn Ingleby waarin deze een kolonel van het Levant Front interviewt die het Front karakteriseerde als ‘islamistisch’ in de zin van dat het Front bestaat uit moslims (hij werd uit zijn eigen dorp door al-Nusra verdreven, zo meldt hij in het stuk). Tegelijkertijd meldde de kolonel dat het Front gestreden heeft tegen IS en al-Nusra; de termen jihadistisch of salafistisch komen in het stuk niet voor.

Verantwoording en rationale

Na de voorafgaande inleiding volgt wat wij het ‘dossier jihadisten’ noemen. Dit dossier bestaat uit tekstuele- en beeldanalyses van de berichtgeving in Trouw en Nieuwsuur waarin we diverse uitspraken en beweringen kritisch beschouwen en met onze analyse komen. Wij doen dit omdat de materie buitengewoon complex is en omdat we de lezers en belangstellenden zo uitgebreid mogelijk willen informeren. Trouw en Nieuwsuur hebben ook een verantwoording gegeven van hun reportages maar deze is summier en in die verantwoording worden nauwelijks namen en rugnummers genoemd, een enkele Nederlandse speler in het veld daargelaten. Wij noemen naam en toenaam, ook van onze Syrische contacten.

Milena Holdert en Ghassan Dahhan, journalisten van respectievelijk Nieuwsuur en Trouw, verklaarden in hun reactie in het Parool op onze opiniestukken eerder in NRC en het Parool dat zij het niet waren die al-Jabha al-Shamiyya als jihadistisch labelden maar het Nederlandse Openbaar Ministerie. Op Twitter maakte Milena Holdert ook gebruik van dat argument: zij hadden de groep niet als jihadistisch gelabeld. Wij begrijpen hun argumentatie, maar als zij dan de indruk wekken neutraal te zijn, waarom hebben zij dan nooit initiatief genomen om ook de andere kant van de –jihadisten-medaille te laten zien en hebben ze de berichtgeving met koppen als Nederland gaf steun aan jihadisten in Syrië’ zonder enig nader commentaar laten gaan? En waarom zijn ze niet ingegaan op reacties vanuit Syrië (zoals het commentaar van al-Tamimi (zie boven) en Ömer Özkizilcik (zie beneden). Het zijn de koppen die het hem vaak doen! Wij beogen geen enkele persoonlijke agenda tegen beide journalisten (hoewel wij het onprofessioneel van Ghassan Dahhan vinden dat hij Rena Netjes geblokt heeft op Twitter) maar wij vinden dat juist omdat het gaat om het uiterst delicate dossier dat Syrië heet alle kanten van de zaak moeten worden belicht.

Contact

Voor contact met ons beiden kunt u een mail sturen via dit mailadres: reactie@dossierjihadisten.nl

Dossier Jihadisten

Onderstaand worden de twee artikelen in dagblad Trouw en daarna de eerste uitzending van Nieuwsuur over ‘de jihadisten’ geanalyseerd en van commentaar voorzien. In het algemeen: Trouw en Nieuwsuur verwijzen constant naar Jabhat al-Shamiyya voor het Levant Front terwijl correct Arabisch al-Jabha al-Shamiyya is.

 

Artikel 1 Trouw, 10 september 2018

‘Nederland steunde “terreurbeweging” in Syrië’

1 Citaat uit het artikel: De Nederlandse regering heeft een gewapende groepering in Syrië gesteund die door het Openbaar Ministerie als “terroristisch” is bestempeld. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur … tot nu toe hield de Nederlandse regering de namen van de gesteunde groepen geheim.

Ons commentaar: Nederland participeerde in het zogenaamde NLA (Non Lethal Assistence) programma met daarin ook de Verenigde Staten, Turkije, een aantal andere EU-landen, een aantal Arabische landen en groepen die vallen onder het Vrije Syrische Leger. Doel van dat programma was het geven van met name humanitaire steun aan groepen die tegen IS vochten en standhielden tegen dictator Assad. In dit eerste citaat wordt nagelaten de reden van de geheimhouding te geven: de geheimhouding was namelijk de afspraak tussen alle deelnemende landen gezamenlijk en met de VSL-groepen die participeerden in het NLA-programma. Zij wilden niet dat het Assadregime wist waar ze zich logistiek bevonden i.v.m. bombardementen en ze wilden hun locaties voor IS geheim houden. Dat vertelden de woordvoerders van al-Jabha al-Shamiyya op 27 oktober 2018 in een vier uur durend gesprek met Rena Netjes in hun politieke kantoor in The Mall of Istanbul, in Istanbul. In de andere landen heeft dit, voor zover wij weten, niet tot enige discussie geleid.

2 Citaat uit artikel: In een rechtszaak van vorig jaar stelde het OM dat Jabhat al-Shamiyya naar de oprichting van een kalifaat streeft, en valt het ‘niet anders te kwalificeren dan als een criminele organisatie met terroristisch oogmerk’.

Ons commentaar: Daags na de uitzending van Nieuwsuur hebben we contact opgenomen met de persvoorlichter van het landelijk parket van het OM. We legden hem de vraag voor waarop het OM zich baseert bij de labeling zoals gegeven in Nieuwsuur met betrekking tot al-Jabha al-Shamiyya, en aangegeven dat wij een commandant en verschillende strijders van de groep In het verleden uitgebreid hebben geïnterviewd, de groep ruim twee jaar nauwgezet volgen en nooit een verklaring van de groep hebben gehoord of gezien waaruit zou blijken dat ze jihadistisch zijn. De persvoorlichter zei: ‘Het label geldt voor medio 2014 tot medio 2015 en is strikt gerelateerd aan een rechtszaak’. ‘Maar’, zo vroeg ik (RN), ‘kunt u dan niet vertellen waarop dat label is gebaseerd? Me dunkt als het jihadisten waren, was ik, toen ik een commandant van hen interviewde, ontvoerd als Westerse journalist bijvoorbeeld’. ‘Nee. we kunnen helaas niets zeggen want de zaak ligt nog onder de rechter’ (wij wisten toen nog niet om welke zaak het ging en dus ook niet over de aangeklaagde en de procedures tot dan toe; uiteindelijk bleek het om de zaak van Driss M. te gaan, zie verder beneden; citaat 2 uit tweede artikel Trouw). Rena Netjes ontving na een telefoongesprek later ook een en ander per SMS bevestigd van de voorlichter,

We verwijzen inhoudelijk verder naar de volgende link over dit onderwerp: Jalta stuk. In het stuk op Jalta citeren we het OM dat stelt dat de kwalificatie geldt voor de periode ‘medio 2014-medio 2015’. Dat is hoe dan ook bizar want het Front werd pas op 25 december 2014 opgericht. Daarvoor was er geen beweging met dezelfde naam. Meer hierover op deze link: Video oprichtingsvergadering. Meer informatie over de steun die Nederland aan het Levant Front gaf staat in dit interview op Jalta (29 januari 2019) met militaire woordvoerder Baraa’ al-Shami. Aron Lund, een Zweedse expert op het gebied van het Midden-Oosten, schreef dit stuk op Carnegie Endowment op 26 december 2014 over de vorming van het front dat later in april 2015 uiteen zou vallen. De islami(s)tische strijdgroepen verlieten het Front, dat alleen met groepen van het Vrije Syrische Leger verder ging. Meer over het uiteenvallen van het Front op Al-Sharq al-Awsat.

Ali Abu Sejju, leider van de Noordelijke Storm, een brigade van het Front vertelt in Nieuwsuur dat hij ‘vorig jaar’, dus 2017, steun van Nederland kreeg. In reactie op ons NRC stuk van 28 januari schrijven Ghassan Dahhan (Trouw) en Milena Holdert (Nieuwsuur) op 29 januari 2019, eveneens in NRC: ‘Wij beschikken na maanden intensief onderzoek slechts over informatie waaruit blijkt dat Nederland hulp leverde aan het Levant Front in de periode rond eind 2017 en begin 2018 (‘begin 2018’ zegt Sejju niet; zie ook ons commentaar op citaat 14 uit Nieuwsuur beneden). In deze periode was IS niet meer aanwezig in het gebied waar het Levant Front actief was’. Het is, vinden wij, naïef en ongeïnformeerd om te stellen dat nadat IS territoriaal is verslagen geen slapercellen meer heeft in het gebied, dat het gebied direct stabiel is en dat IS geen pogingen zal doen om terug te komen. Sterker nog: IS is nog steeds actief, ook in de gebieden waar het territoriaal is verslagen. De zelfmoordaanslag van IS op Amerikaanse soldaten en YPG-strijders in het Noord Syrische Manbij op 16 januari 2019 en op een checkpoint bij Shaddadeh in de Noord Syrische provincie Hasaka op maandag 21 januari 2019 tonen aan hoe reëel het gevaar is. Zie ook de volgende links: link 1link 2, link 3 en link 4, die alle verslag doen van de diverse aanslagen.

Met de berichtgeving van Trouw en Nieuwsuur is dit verschil in tijd niet genoemd terwijl een telefoontje met het Openbaar Ministerie om uit te zoeken hoe het qua leveringen in de tijd precies zat, voldoende was geweest. Nu is ten onrechte de indruk gewekt dat Nederlandse ambtenaren een terroristische beweging steunden, die een wereldwijd kalifaat zou willen oprichten. Nieuwsuur zegt dat er maandenlang onderzoek is verricht naar de groep, maar waarom heeft Nieuwsuur dan niet moeite gedaan om een verklaring te vragen van het Levant Front waaruit dat blijkt?  De groep heeft een twitteracount @shamfront2011, en plaatste regelmatig verklaringen en video’s op hun oude site shamia.net en later op de nieuwe site van de grote koepel waaronder alle VSL-groepen in het gebied waar de operatie Euphrates Shield (een gezamenlijke operatie tussen 24 augustus 2016 tot eind maart 2017 van Turken, Amerikanen en Syrische rebellen om de laatste aanwezigheid van IS aan de Turks-Syrische grens te verdrijven), plaatsvond. Deze VSL-groepen boven Aleppo vallen  nu onder het Nationale leger. Het Twitteraccount  daarvan is @legion3td

De Noordelijke Stormbrigade van commandant Sejju, exact dat onderdeel van het Levant Front dat Nederlandse steun ontving, maakte verder een anti IS video eind 2015 waarin ze gevangengenomen IS-strijders ondervraagt en hen de les leest in plaats van ze executeert. Het Duitse blad Bild schreef ook over deze bijzondere video.

3 Citaat in artikel van strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops: De minister kan strafrechtelijk vervolgd worden als blijkt dat hij opzettelijk nalatig is geweest, zoals mogelijk het geval was. Volgens Knoops heeft de minister van Buitenlandse zaken, die verantwoordelijk is voor het NLA-programma en de steun aan Jabhat al-Shamiyya, zich mogelijk schuldig gemaakt aan een ‘ambtsmisdrijf’.

Ons commentaar: Knoops verwoordt juridische procedures als de Minister van Buitenlandse Zaken zich schuldig gemaakt zou hebben aan nalatigheid of een ambtsmisdrijf. Hij noemt de optie dat het Levant Front niet jihadistisch is niet –of het is hem niet gevraagd-, en verzuimt zo zelf naar een scenario te kijken dat het tegenovergestelde is van wat Nieuwsuur en Trouw beweren. In die zin wordt Knoops met zijn stevige uitspraken geframed als iemand die de berichtgeving van beide media ondersteunt.

Artikel 2 Trouw, 10 september 2018

‘Hoe de Nederlandse overheid een Syrische “terreurbeweging” financierde’

1 Citaat uit artikel: Maar de hulp ging in het geheim ook direct naar ‘terroristen’, blijkt uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur.

Ons commentaar: Wij zijn van mening dat het geen terroristen waren en dat voeren we in dit artikel  op Oneworld aan. NRC-journalist Stéphane Alonso kwam op 24 september 2018 met een vergelijkbare analyse in NRC, evenals Toon Beemsterboer en Gert van Langendonck eveneens in NRC (op 14 september 2018)

Foto in Trouw:

 

Ons commentaar: Onder de foto staat: ‘Strijders van Ahrar al-Sham. @ Screenshot YouTube’ Het artikel gaat uitgebreid in op –de islamistische strijdgroep- Ahrar al-Sham terwijl Nederland Ahrar al-Sham nooit heeft gesteund. Wij vinden dit op zijn minst suggestief. En al helemaal voor de lezer die niet diep in Syrië zit. In het stuk komt dan een quote van oud-diplomaat en Syrië-kenner Nikolaos Van Dam: ‘Ahrar al-Sham gaven wij sowieso geen hulp want dat is een islamistische organisatie.’  Onze vraag blijft dan waarom het artikel zo de verwarring vergroot, namelijk alsof Nederland Ahrar al-Sham heeft gesteund, terwijl dat niet het geval is?

2 Citaat uit artikel: Het OM heeft ook daadwerkelijk Nederlandse Syriëgangers vervolgd voor aansluiting bij brigades van het Vrije Syrische Leger. Neem de Nederlandse Syriëganger Driss M.. Op 21 maart 2017 moest hij voor de rechter verschijnen. Hij zou in 2014 en 2015 hebben deelgenomen aan de islamistische groepering Jabhat al-Shamiyya. Volgens het OM is dit een ‘salafistische/jihadistische organisatie’ die streeft naar de oprichting van een kalifaat, én onderdeel is van het jihadistische Ahrar al-Sham.

Ons commentaar: Het Levant Front ging, na de breuk in april 2015 met Ahrar al-Sham en andere islamistische groepen zijn eigen weg verder, met andere groepen van het Vrije Syrische Leger, dat door het Westen wordt gesteund. Sowieso wordt het Levant Front in alle documenten die te maken hebben met de onderhandelingen in het Saoedische Riyad en Kazachse Astana als aparte groep genoemd. Verder, we meldden het boven al, is het Front pas op 25 december 2014 opgericht wat contrasteert met de genoemde periode in Trouw (‘in 2014 en 2015’). Overigens is Driss M. vrijgesproken,  de Volkskrant meldt het in een artikel op 11 september 2018. Het feitelijke vonnis staat hier.

Voor wat betreft de relatie tussen al-Jabha al-Shamiyya en Ahrar al-Sham is het van belang te melden dat beide groepen nooit onder een label aan de onderhandelingstafels hebben gezeten in Riyad, Geneve of Astana. Ahrar al-Sham zit pas sinds eind 2015 aan tafel in Riyad, vanaf 2016 in Geneve en Astana. De Russen publiceerden een lijst van Syrische strijdgroepen die op 30 december 2016 een staakt-het-vuren tekende. Al-Jabha al-Shamiyya (overigens ook door de Russen verkeerd geschreven als Jabhat al-Shamiyah) staat op nummer 7 en Ahrar al-Sham op nummer 2.

Ömer Özkizilcik zette op 28 december 2018 een lijst on line van de facties waaruit het zogenaamde recent geformeerde ‘Nationale Leger’, de paraplu van het ‘Vrije Syrische Leger’ in Euphrates Shield gebied plus Afrin uit bestaat. Vier van de vijf in Nieuwsuur genoemde groepen vallen hieronder: Brigade 51; al-Jabha al-Shamiyya; Sultan Mourad en Suleyman Shah. (De 5e groep Suqour al-Jabal onderdeel van het Vrije Idlib Leger valt onder de andere grote paraplu: Het Nationale Bevrijding Front, waarvan de vorming officieel werd aangekondigd op 28 mei 2018.). Hij vinkt de diverse groepen af op de volgende variabelen: 1 ‘deed mee aan Euphrates Shield’; 2 ‘ontving Turkse steun’; 3 ‘ontving Amerikaanse steun via MOM [Müsterek Operasyon Merkezi; Gemeenschappelijke Operatie Ruimte]’; 4 ‘ontving Amerikaanse steun via Pentagon’; 5 ‘ontving TOW raketten’; 6 ‘vocht tegen IS’; 7 ‘vocht tegen regime’; 8 ‘bestaat uit Arabieren’; 9 ‘bestaat uit Turkmenen’; 10 ‘bestaat uit Koerden’. Op alle punten behalve punt 4 voldeed al-Jabha al-Shamiyya. Al-Jabha al-Shamiyya kreeg dus militaire steun van de Turken Amerikanen en Britten, onze bondgenoten. Ook de andere door Nederland gesteunde VSL-groepen genoemd in Nieuwsuur kregen militaire steun via de MOM.

Tenslotte maken wij melding van het feit dat het OM ons meldde (zie SMS boven) dat voor het Levant Front alleen voor de periode van medio 2014 tot medio 2015 gold dat zij beschouwd werd als een terreurbeweging die een kalifaat nastreeft en niet voor (eind) 2017, de periode waarin al-Jabha al-Shamiyya volgens Trouw en Nieuwsuur steun heeft gekregen en op basis waarvan beide media de link leggen tussen het Levant Front en haar vermeend terroristische en jihadistische aard. Zie onze nadere analyse van dit aspect in dit artikel op Jalta.

Nieuwsuur 10 september 2018

‘Nederland steunde jihadisten’

1 Citaat uit uitzending, presentatrice Mariëlle Tweebeke: Nederland beweerde altijd dat het niet militair betrokken wilde zijn bij de Syrische burgeroorlog. Maar uit onderzoek van Nieuwsuur en het dagblad Trouw blijkt dat de werkelijkheid er heel anders uit ziet.

Ons commentaar: Deze uitspraak mist elke basis. Nederland was hoe dan ook militair betrokken bij de strijd in Syrië in het kader van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat middels bombardementen. De operatie Euphrates Shield was eveneens vooral een anti IS-operatie en viel voor een groot deel ook onder de anti IS-Coalitie, waarbij de Turken en de Amerikanen de verschillende VSL-groepen op de grond luchtsteun en steun in de rug gaven. De vier commandanten die in Nieuwsuur aan het woord komen zijn Othman Ahmad (VSL Sultan Mouradbrigade), Haitham Afeesi (VSL Brigade 51), Abu Hajj Ali (VSL Suqour al-Jabal, onderdeel van het Vrije Idlib Leger) en Ali Abu Sejju (VSL Noordelijke stormbrigade, onderdeel van al-Jabha al-Shamiyya). Zij allen hebben hard tegen IS gevochten. Abu Hajj Ali, vertelde ons per whatsapp bericht op 10 januari 2019, dat tijdens ontmoetingen in Zuid Turkije met de Nederlanders ambassadeur Van Dam deze er altijd op hamerde dat ‘het bestrijden van terrorisme prioriteit was’.  Op deze link op Jalta staat een interview met woordvoerder Baraa’ al-Shami van het Levant Front en met Hasan Hajj Ali, ook wel Abu Khaleel genoemd. Hij is de leider van de Suqour al-Jabal brigade. Beiden gaan op de procedures van de hulpverlening en de aard van de materialen die naar hun zeggen immer humanitair was.

Video’s elders op deze site van in Nieuwsuur genoemde groepen leveren klip en klaar het bewijs dat deze groepen onderdeel waren van de Operatie Euphrates Shield, de operatie waarbij de Turken en de Amerikanen de Syrische rebellen van militaire steun voorzagen om IS van de grens met Turkije verdrijven. De tweede reden vooral voor Turkije maar ook voor VSL-groepen was dat YPG zowel vanuit Afrin als vanaf de Eufraat optrok, om overwegend niet-Arabisch gebied in te nemen. De VS hadden de Turken beloofd (zie deze link met citaat vice-president Biden die stelt dat de Koerdische strijdkrachten zich ten oosten van de Eufraat dienen terug te trekken na de verovering van de stad Manbij) dat de door hen gesteunde YPG niet in het overwegend Arabische Manbij zou blijven, maar daar kwam niets van terecht.

Turkije wilde er een stokje voor steken dat YPG naar Afrin zou doortrekken. Het land wilde verder niet dat het Syrische PKK filiaal YPG de gehele Syrische kant van de grens vormde. Bovendien zou het een nieuwe vluchtelingenstroom van Arabische Syriërs naar Turkije betekenen, zoals na de inname van YPG begin 2016 van Tel Rifaat, met Russische luchtsteun. Dat twee jaar later VSL-groepen gewillig waren om met de Turken Afrin binnen te vallen in 2018, heeft daar mee te maken. ‘In het begin coördineerden VSL en YPG tegen IS. Voordat de betrekkingen slecht werden, en de betrekkingen werden erg slecht op het moment dat YPG met Russische luchtsteun Tel Rifaat veroverde’.  Zo mailt ons Christoph Reuter, journalist van Der Spiegel en auteur van Die schwarze Macht: “Der Islamische Staat” und die Strategen des Terrors. Ze waren niet beter dan Assad toentertijd (begin 2016), ze moordden en plunderden in de stad. Dit rechtvaardigt niet het plunderen in Afrin, maar deze context helpt begrijpen waarom veel strijders van Tel Rifaat en omgeving bereid waren om onder Turkse banier te vechten. Ze wilden hun stad terug. Echter: Nadat Afrin was ingenomen, gingen de Russen naar Tel Rifaat en gaven een safe haven aan de overblijvende YPG-mensen. De VSL-rebellen waren belazerd door de Turken en door de Russen anyhow.”

De Operation Euphrates Shield begon op 24 augustus 2016 en liep tot 29 maart 2017 (zie Euphrates Shield). Bij deze voornamelijk anti-IS operatie verloren 1.281 VSL-strijders hun leven, en 72 Turkse militairen.  Verder zijn er door Nederland geen wapens geleverd aan VSL-groepen ook al twitterde CDA Kamerlid Martijn van Helvert dat wel eerder, zie daarvoor deze link.

2 Citaat uit uitzending, presentatrice Mariëlle Tweebeke: Het gaat allemaal om een staatsgeheim programma dat liep van begin 2015 tot begin dit jaar (2018).

Ons commentaar: Hier zegt Nieuwsuur dat het programma staatsgeheim is. Verderop zegt Nieuwsuur dat het programma plots tot staatsgeheim werd verklaard. Het programma was echter van meet af aan geheim, vertelt de woordvoerder van Buitenlandse Zaken (zie ook punt 8, hieronder). Hier wordt nagelaten de reden daarvan te geven. Dat was namelijk de afspraak met de deelnemende landen en de VSL-groepen. Zij wilden juist humanitaire steun voor de bevolking en wilden niet dat hun coördinaten bekend werden voor het regime of voor IS. Dat vertelt de politieke en militaire leiding van al-Jabha al-Shamiyya in hun kantoor in The Mall of Istanbul, in Istanbul in een gesprek dat Rena Netjes op 27 september 2018 met hen had. En, niet onbelangrijk, de meerderheid van de Kamer had destijds zelf met het NLA-programma ingestemd. Meer hierover beneden.

3 Citaat uit uitzending, presentatrice Mariëlle Tweebeke: Hoe de Tweede Kamer al jarenlang geen idee heeft wat Nederland op het Syrische slagveld doet.

Ons commentaar: Nederland maakt deel uit van de Internationale coalitie tegen IS, een coalitie van 74 landen, dat was algemeen bekend. Dat niet alle details van de diverse operaties werden bekend gemaakt spreekt voor zich, juist omdat het om een oorlog gaat en informatie dus kostbaar is. De Euphrates Shield Operatie was grotendeels een onderdeel daarvan, een samenwerking van Turken, Amerikanen, Syrische VSL-rebellen groepen om het laatste gebied van IS aan de grens met Turkije te veroveren.  Op zich bleek YPG wel in staat te zijn IS te verslaan, zoals in Kobani, maar dat konden ze alleen met heel veel militaire hulp van de Amerikanen. De VSL-groepen hadden net als YPG-luchtsteun en steun in de rug nodig om IS te verslaan. Zie ook deze deze analyse van de strijd om Kobani.

4 Citaat uit uitzending, commentaarstem Milena Holdert: Dit is de grens tussen Turkije en Syrië. Op deze plek smokkelden buitenlandse mogendheden de afgelopen jaren voor miljarden euro’s aan wapens en militair materieel Syrië binnen.

Ons commentaar: De grens tussen Syrië en Turkije is ruim 800 km lang. Er zijn echter gewoon twee grensovergangen tussen beide landen. Sterker nog, een brigade van al-Jabha al-Shamiyya had een van de twee tot voor kort onder controle: die van Bab al-Salama, tussen het Syrische Azaz en het Turkse Kilis. De commandant die tot voor kort over die grensovergang ging, Ali Abu Sejju kwam aan het woord in de Nieuwsuur-uitzending. Er hoefde niet gesmokkeld te worden om spullen de grens over te krijgen, die gingen gewoon vanuit Zuid Turkije de grens over, zo vertelt ons de officiële militaire woordvoerder van al-Jabha al-Shamiyya, Baraa’ al-Shami en commandant Abu Hajj Ali, van Suqour al-Jabal. Zie ook het al eerder genoemde interview met beide mannen op Jalta.

Daarnaast komen de commandanten van VSL groepen regelmatig voor overleg in Zuid Turkije. De groepen hadden allemaal militaire vertegenwoordigers in Kilis of Gaziantep, en politieke vertegenwoordigers veelal in Istanbul, waar de zetel van de Coalitie is. De Coalitie, of I’tilaaf in het Arabisch is een lichaam van 90 leden, en vertegenwoordigt veruit het grootste blok van de Syrische oppositie van alle Syrische groepen: soennieten, alawieten, sjiieten, christenen, Koerden, Turkmenen en een Yezidi. VSL Al-Jabha al-Shamiyya heeft hierin een zetel, ingenomen door Bahjat Ataasi. Ten onrechte wordt verder vaak gedacht in Nederland dat PYD/YPG alle Koerden vertegenwoordigt. Het is op afstand de sterkste militaire macht, maar de meeste van de 15 Syrische Koerdische partijen, verenigd in de KNC, Kurdish National Council, zitten juist in het kamp van de oppositie en de Coalitie,van de oppositie onder andere omdat volgens hen PYD repressief is, en het op een akkoordje met Assad heeft gegooid. Zie hier een interview met de Koerdische Novin Harsan, die genoemde kritiek levert op de PYD.  Zie ook deze tweet en dit interview met Munzur Makhous, alawiet en prominent lid van de Syrische oppositie over deze kwesties.

Afbeelding: Naamat Daoud, hoofd van de KNC. Foto genomen door Rena Netjes. Zie ook deze tweet.

De beelden die Nieuwsuur op 1 minuut laat zien zijn van Turkse tanks, makkelijk te herkennen aan de rode  vlag, die bij Jarabulus, bij het begin van de Euphrates Shield operatie, Syrië binnen rijden. Het zijn geen beelden van gesmokkelde goederen. Bekijk ook deze Tweets: Tweet 1 en Tweet 2.

5 Citaat uit uitzending, CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt: En ik wil bijvoorbeeld kunnen controleren of deze groepen  volgens degenen die het conflict in de gaten gehouden hebben, zich schuldig gemaakt hebben aan bijvoorbeeld oorlogsmisdrijven.

Ons commentaar: Wij begrijpen deze stellingname van het Kamerlid, ook omdat het tegenovergestelde beweren uiteraard bizar zou zijn. Niettemin weet iedereen dat geen strijdgroep in een oorlog de handen schoon heeft en houdt. Dat wordt ook keer op keer herhaald door vrijwel alle commentatoren op het slagveld Syrië, inclusief al-Jabha al-Shamiyya (zie bijvoorbeeld al-Tamimi in een blog). Tegelijkertijd verwonderen we ons erover dat we Omtzigt nooit horen over de oorlogsmisdrijven van de Koerdische PYD/YPG waarover al sinds 2015 rapporten bestaan (Rapport Amnesty en Crisisgroup) en waarvoor hij desondanks politieke steun vraagt. Al eerder schreven wij ook een kritisch stuk over de democratische gezindheid van PYD/YPG in NRC.

6 Citaat uit uitzending, Saadet Karabulut, SP-Kamerlid: Welke groepen dat zijn zou ik ook graag willen weten want we weten allemaal dat die gematigde krachten helemaal niet zo gematigd zijn. En citaat Geert-Jan Knoops, advocaat: De meeste zijn radicaal, salafistisch en jihadistisch.

Ons commentaar: Zonder enige nadere argumentatie en kritische reactie worden de gematigde krachten in Syrië op een –extremistische- hoop gegooid.

7 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken weigert informatie over de gesteunde groeperingen prijs te geven.

Ons commentaar: We hebben een vergelijkbare uitspraak  boven ook al van commentaar voorzien. De afspraak onder de deelnemers aan het NLA-programma was dat ze geen mededelingen naar buiten zouden doen vanwege tactische overwegingen en de veiligheid. Of zoals Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken (verslag van 30 mei 2018) zei: Uit veiligheidsoverwegingen maakt het kabinet geen informatie openbaar waaruit kan worden afgeleid welke groepen er door Nederland worden er worden gesteund want het zo precies ingaan op waar westerse steun wordt verleend maakt deze groepen tot een belangrijk doelwit voor ISIS, of voor het Assad regime of voor andere extremistische groepen.

Dat was de angst die tijd toen IS nog bijvoorbeeld ruim in het gebied in Noord Syrië zat wat met behulp van buitenlandse steun van IS is bevrijd. Een aantal oppositie activisten en journalisten in Zuid Turkije, en in Gaziantep bijvoorbeeld zijn door IS vermoord. Een daarvan was de presentator van Aleppo Today TV: Zahir al-Sherqat. Hij was de enige waarvan ik (Rena Netjes) bij mijn bezoek aan het oppositie tv-station Aleppo Today een foto mocht maken, want hij kwam toch al met zijn gezicht op tv, de rest van de journalisten waren te bang dat hun identiteit bekend zou worden. Zo was de sfeer in 2016 in Gaziantep al, laat staan in Noord Syrië. Bovendien kwam er om de zoveel tijd raketten uit IS gebied in Noord Syrië neer in het Turkse Kilis. Zie onder andere de volgende links: link 1, link 2,link 3, Link 4  en Link 5.

De zelfmoordaanslag van IS op Amerikaanse soldaten en YPG-strijders in het Noord Syrische Manbij 16 januari 2019 en op een checkpoint bij Shaddadeh in de Noord Syrische Hasaka provincie op maandag 21 januari tonen aan hoe reëel het gevaar is. De Syrische VSL-groepen vreesden dat informatie bij IS of het Assad-regime zou belanden. De VN gaf coördinaten van ziekenhuizen door aan het regime om ze niet te bombarderen, maar het regime bombardeerde juist in oppositiegebied, om de bevolking schrik aan te jagen. Zie ook de volgende links: link 1 en link 2. Zie ook dit kaartje met de militairgeografische situatie aan het begin van 2019: kaartje. Er zijn nog steeds IS- en Nusracellen in het gebied, het gebied is nog niet geheel veilig, noch gestabiliseerd. YPG laat ook regelmatig weten dat IS nog niet verslagen is.

8 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: De namen van de groeperingen die Nederland steunde zijn dus geheim. En als we het Ministerie van Buitenlandse Zaken vragen wat voor specifiek type apparatuur en voertuigen ze geleverd heeft verklaart het ministerie plotseling het hele NLA-programma tot staatsgeheim.

Ons commentaar: Wij verwijzen in de eerste plaats naar bovenstaande punten 2 en 8 die over dezelfde thematiek gaan. Verder voeren we nog de reactie op van de persvoorlichter van Buitenlandse Zaken (dd. 26 september 2018):

‘Alle informatie waaruit de identiteit of locatie van de door Nederland gesteunde gematigde groepen kan worden afgeleid, is vanaf de aanvang van het programma in 2015 geclassificeerd als staatsgeheim omdat 1) mensenlevens op het spel stonden, 2) bondgenootschappelijke verplichtingen ons dat opleggen, 3) inlichtingendiensten betrokken waren. Informatie over de uitvoerder en details over de geleverde producten zijn eveneens uit veiligheidsoverwegingen niet publiek gemaakt. Er zijn geen andere onderdelen van het programma staatsgeheim verklaard gedurende de loop van het programma. De Kamer is vanaf het begin in 2015 ook geïnformeerd dat, in het belang van de veiligheid van de bij de Nederlandse betrokken partijen, het kabinet geen uitspraken deed over de groepen waaraan steun werd overwogen. De Kamer heeft in aanloop naar het debat op 2 oktober jl. vertrouwelijk inzicht gekregen in de geclassificeerde besluitvormingsmemoranda rondom het programma.’

9 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: Al-Qaida was er (i.e. Syrië) al vanaf 2011 actief.

Ons commentaar: Al-Qaida was al minstens sinds 2003 actief in Syrië. In 2003 bijvoorbeeld stuurde het regime vanuit Damascus bussen met o.a. al-Qaida jihadisten naar Bukamel bij de grens met Irak om de operaties van de Amerikanen in het buurland te saboteren. Mede door deze toevoer van Jihadisten uit Syrië is AQI  (Al-Qaida in Irak) de voorloper van ISI (IS in Irak) en later ISIS en IS groot geworden. Zie deze tweet. Pim van Harten en Roel Meijer (red.) beschrijven dit ook in hun boek Irak in Chaos.

Charles Lister, directeur van het Countering Terrorism & Extremism programma van het Middle East Institute in Washington, vertelt ons  begin oktober via Twitter (DM): ‘Al-Qaida was in Syrië aanwezig sinds op zijn minst 2003, maar ze viel het regime niet aan’. Michael Weiss en Hassan Hassan noemen Al-Qaida een Assad proxy in hun boek ISIS, inside the army of terror. Weiss en Hassan beschrijven hoe de Syrische geheime dienst Jihadisten inzette en ze met bussen tegelijk van Damascus naar Bukamel, de grens met Irak stuurde. Yahya al-Ariedi, voormalig hoofd van de Syrische Staats TV Channel 2, en nu voorzitter van het onderhandelingsteam van de Syrische oppositie vertelde ons in Genève tijdens een interview in het voorjaar van 2017 dat het volgens hem om zo’n 1500 jihadisten ging.

Afbeelding: Yahya al-Ariedi, voorjaar 2016 in Genève. Foto genomen door Rena Netjes.

10 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: Ook het ondersteunen van de strijd in Syrië is strafbaar.

Ons commentaar: Nederland doet mee in de internationale coalitie tegen IS. Dus deze uitspraak is op zijn minst erg onzorgvuldig geformuleerd.

11 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: Stel nou dat je pick-up trucks of uniformen aan strijdende groepen in Syrië stuurt ben je dan ook strafbaar? 

Reactie hoofdofficier Ferry van Veghel: ‘Ja, als je pick-up trucks zou sturen dan stel je iemand in staat om zich te vervoeren, je stelt een organisatie in staat om zich van a naar b te kunnen brengen. Als je op enigerlei wijze een rol speelt in die strijd hetzij actief als strijder hetzij minder actief maar wel dusdanig dat je een ander in staat stelt om die strijd daar te voeren, dan treft jou strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Ja, dan ben je, dan maak je je schuldig aan een strafbaar feit.’

Ons commentaar: We snappen de redenering van de hoofdofficier die ingaat op een hypothetische vraag. Tegelijkertijd vragen we ons af of steun geven binnen het NLA-programma voor de strijd tegen IS dan dus ook niet mag? Want die steun geeft Nederland wel.

12 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: Nederland zou via zorgvuldige procedures de gematigde groeperingen selecterenEn: Hoe stelde ze (Nederland) vast wie er echt gematigd was in Syrië? En:We wenden ons tot de mannen die het NLA-programma hebben voorbereid en uitgevoerd: Marcel Kurpershoek, Nikolaos van Dam en Gerard Steeghs.

Ons commentaar: Wij spraken diverse Syrië onderzoekers in Istanbul over dit onderwerp en het beeld dat ontstond was het volgende, namelijk dat  het selecteren van de groepen in het Noorden  van Syrië (de vijf groepen in Nieuwsuur zitten allemaal in het Noordwesten van Syrië) zwaar onder controle stond van de CIA en de MIT, de Turkse inlichtingendienst. Holdert meldt vervolgens niet dat Gerard Steeghs (nog steeds in actieve dienst, RN & JJdR), natuurlijk niet kan praten, vanwege de staatsgeheime status van het programma. Oud-diplomaat van Dam is wel bereid de journalisten te woord te staan. Hier volgt een transcriptie van het interview:

Holdert: U was degene die bekeek welke groepen daar als gematigd golden?

Van Dam: Ja.

Holdert: En op welke manier deed u dat?

Van Dam: De meeste van die commandanten ken ik, die heb ik ontmoet. Maar als je iemand recht in de ogen kijkt weet je nog niet natuurlijk of die helemaal gematigd is of niet.

Holdert: Ging u dan af op wat de Amerikanen en Britten daar bijvoorbeeld deden?

Van Dam: Nee, we hebben onze eigen bronnen via allerlei kanalen konden we een goede inschatting maken hoe die verschillende groepen ervoor stonden. Het is natuurlijk een kwestie van vertrouwen, want je weet niet of ze daarna andere dingen gaan doen dan wat je hebt afgesproken.

Holdert:  Wat voor vragen stelde u dan om vast te stellen of ze daadwerkelijk  gematigd waren?

Van Dam: Ik heb niet gezegd ben je seculier of zo? Je zou kunnen zeggen, je kunt een lijst maken met criteria maar in de praktijk werkt dat niet. Dan heb je bijvoorbeeld 100 criteria, voldoen ze daaraan, dus je stopt het in de computer, die is niet gematigd die is wel gematigd. Zo werkt dat niet. Bovendien, het verschuift continu.

Holdert: U werkte niet met criteria?

Van Dam: Natuurlijk wel met criteria maar niet met lijstjes, van nou zijn ze seculier of niet. Zijn ze ooit eens aanhangers geweest van de Moslim Broederschap? Zo werkt dat niet.

Holdert: Hoe deed u het dan? Welke criteria hanteerde u dan wel?

Van Dam: Nou, je gaat kijken naar bepaalde groepen en dan ga je kijken zijn die acceptabel of niet.

Holdert: En wat was dan acceptabel?

Van Dam: Ja, nee, dan ga je toch weer vragen wat zijn precies de criteria.

Holdert: Maar we moeten toch op de een of andere manier kunnen contoleren hoe u dat gedaan heeft?

Van Dam: Ja, dat moet u aan de minister vragen.

Dahhan: Kent u dat document? Uit 2015.

Van Dam: Shuhada al-Yarmouk, hebben wij die steun verleend?

Holdert: Dat zou u moeten weten.

Van Dam: Nee.

Dahhan: Weet u dat?

Van Dam: Ik zal me niet uitlaten over wie wel of niet.

Dahhan: Maar kunt u uitsluiten of er ooit steun is geleverd aan Shuhada al-Yarmouk?

Van Dam: Ik kan niets uitsluiten maar daar is mij niets van bekend.

Van Dam: Als dus bepaalde groepen die principes ondertekenen dan moet je ze formeel erkennen als gematigd toch?

Dahhan: Ahrar al-Sham is een organisatie dat mede is opgericht door een voormalig Al-Qaida lid.

Van Dam: Ja maar wie dan de mede oprichter was dat zegt ook niet alles.

Dahhan : Maar ze plegen ook zelfmoordaanslagen.

Van Dam: Nou ja,  Ahrar al-Sham valt onder dat criteria van het ondertekenen van Riyad. 

Dahhan: Dus ondanks het feit dat ze onderdeel vormden van een zelfde koepelbeweging als Al-Qaida dat ze mede  zijn opgericht door een voormalig Al-Qaida-lid, dat ze zelfmoordaanslagen plegen en dat zij de Taliban als model nemen is het niet voldoende om ze te categoriseren als een extremistische organisatie?

Van Dam: Ik heb me daar nooit zo in detail mee bezig gehouden op welke manier Ahrar al-Sham, alleen maar binnen het kader van het politieke geheel. De benefit of the doubt was Ahrar al-Sham. Voor Ahrar al-Sham omdat ze dat hadden ondertekend.

Ons commentaar: Van Dam wordt doorgezaagd over Ahrar al-Sham, maar Nederland heeft  Ahrar al-Sham nooit steun gegeven. Dat wordt voor de gewone kijker niet echt helder. En dat had op zijn minst genoemd moeten worden. Het staat wel in Trouw waarom het hier dan ook niet melden? Ahrar al-Sham deed uiteindelijk mee met de Riyad Conferentie  eind 2015, ter voorbereiding van de vredesbesprekingen later in Geneve. De internationale gemeenschap wilde het politieke onderhandelingsproces weer los proberen te trekken, ook al hadden de eerste ‘Geneves’ niets opgeleverd. Het regime bleek niet bereid om de macht te delen.  Rusland startte ondertussen gesprekken in Astana met militaire vertegenwoordigers van diverse strijdgroepen. Het land nodigde naast al-Jabha al-Shamiyya en het Vrije Idlib Leger ook Ahrar al-Sham uit aan de onderhandelingstafel. Het verwarrende is, we noemden het al eerder, dat al-Jabha al-Shamiyya in eerste instantie bestond uit een conglomeraat van allerhande groepen, inclusief die met een politiek-islamistische-salafistische agenda zoals Ahrar al-Sham maar deze samenwerking liep al gauw spaak en leidde tot een splitsing in april 2015, slechts een paar maanden na de oprichting van het Levant Front dat verder zonder islamistische elementen verder zou gaan. Hier meer over het uiteenvallen in april 2015 van ‘Het Grote al-Jabha al-Shamiyya’, de samenwerking met islamistische groepen als Ahrar al-Sham. 

13 Citaat uit uitzending, journaliste Milena Holdert: De leiders van Jabha al-Shamiyya zijn moeilijk te benaderen.

Ons commentaar: Wij hebben een totaal andere ervaring, ze zijn gemakkelijk te bereiken. De militaire woordvoerder van al-Jabha al-Shamiyya Baraa’ al-Shami vertelde in een uitgebreid gesprek met hem en drie andere leiders dat plaatsvond in hun kantoor in de Mall of Istanbul  op 27 september 2018 dat Holdert en Dahhan hem constant bombardeerden  per Whatsappberichten met vragen over de steun die de Nederlandse regering het Front had gegeven. Maar omdat het programma geheim was liet hij telkens geen relevante informatie los. Al-Shami ergerde zich aan het feit dat beide journalisten op geen enkele manier vroegen ‘wie we zijn en waar we tegen vechten’, en toen zij later de Nieuwsuur-uitzending zagen waren ze ernstig ontdaan en zei al-Shaami: ‘We (onder andere Ali Abu Sejju) bedanken de Nederlandse regering, we bedanken het Nederlandse volk, en dan wordt er gezegd “jullie zijn jihadisten”’.

14 Vanaf minuut 24.06 van de Nieuwsuur uitzending zegt de commandant van Brigade 51 Haitham Afeesi: ‘Al-Jabha al-Shamiya kreeg de laatste zending aan het einde van 2018’, (in het Arabisch: bi-nihaayet 2018). De uitzending van Nieuwsuur vond plaats op 10 september 2018; ‘aan het einde van 2018’ is vertaald en ondertiteld met: ‘in 2018’. Even later, vanaf 25.02, zegt commandant van de Noordelijke Stormbrigade Ali Abu Sejju, onderdeel van al-Jabha al-Shamiyya, dat Nederlandse steun kreeg : ‘Ja, vorig jaar, in 2017’ (in het Arabisch: na’am, as-sana al-madiye, 2017’).

 

Close Menu